Jadiel:: KraamTijd

Ik ben thuis of in het ziekenhuis bevallen ziekenhuis

Ik mocht na 3dagen dagen of uren weer naar huis

Onze kraamverzorgster was / en dit zij ze over mij /

Ik sliep op /

In de kraamtijd kreeg ik borstvoeding of flesvoeding flesvoeding

Hoe dronk ik, goed of niet goed ? redelijk goed.

Ik ben ? / gram afgevallen en na / dagen zat ik weer op mijn geboortegewicht

Mijn navelstreng viel er af na /

Tijdens de kraamtijd huilde ik /

Na / ging ik voor het eerst in bad en ik vond het /

Hoe vond je het om alleen voor mij te zorgen nadat de kraamhulp weg ging ? /

Wat ik mij het beste herinner van de kwaamtijd was /